Geert Mak, In Europa, p. 290 (inzet): “De Morele Unie van Europa. Op 5 september 1929 (!, EK) lanceerde Aristide Brians, in een toespraak tot de Volkenbond, voor de eerste maal het idee van een soort federaal bondgenootschap voor alle Europese landen. ‘Natuurlijk zal deze associatie in eerste instantie economisch zijn,’ zo meende hij. Want dat zag hij als het dringendste probleem. ‘Maar ik ben ervan overtuigd dat zo’n federaal verbond politiek en sociaal nuttig werk kan doen, zonder de soevereiniteit van de aangesloten naties aan te tasten.’ Driekwart jaar alter, in mei 1930, kwam hij met een meer gedetailleerd memorandum over de ‘morele unie van Europa’, met een Permanent Politiek Comité voor uitvoerende beslissingen en een vertegenwoordigend lichaam, de Europese Conferentie, voor het debat. Maar toen de antwoorden van de lidstaten op zijn voorstellen binnenkwamen, accepteerde alleen Nederland dat een Europese Unie automatisch een beperking van de nationale soevereiniteit zou inhouden.