Categorie archief: Uncategorized

De Verwijdering

Ik wist zeker dat je appje, met alleen ‘SORRY.’ niet voor mij bedoeld was. Ik dacht nog wel ‘waarvoor dan’, maar was meteen weer afgeleid. Fleur Agema stond er in mijn trillende telefoonschermpje. ‘Hoe dan ook,’ dacht ik nog snel, ‘zie ik je vanavond. Dan hebben we eindelijk weer alle tijd voor elkaar. Dus ook voor je eventuele sorry.’ Wist ik veel. Ik kon de wereld aan. Ik zou over een maandje Minister President zijn.
     Vijfendertig nieuwe berichten verscheen er in mijn scherm.
     Maar ik selecteerde het groene telefoontje.
     ‘Fleur. Zeg het eens’. Een korte tactische bespreking over de actualiteit tegen de achtergrond van de naderende verkiezingen volgde. Onze gesprekken waren altijd aangenaam efficiënt. We hielden duidelijk evenveel van de dynamiek van het landsbelang.
     ‘Daar ga ik mijn handen nu niet aan branden, Fleur,’ was mijn eerste stellige reactie.
     ‘Nee. Wees gerust. Ik ga heus heel duidelijk zijn, maar..’
     ‘Wat? Nee. Nee, Fleur, dat is in verkiezingstijd niet handig.’
     Terwijl Fleur aan het woord was sputterde mijn telefoon steeds meer tegen. Ik zette Fleur op de speaker en checkte. Een toenemend aantal wisselgesprekken was de oorzaak. Allemaal mediapartijen viel me op, en twee keer Krisztina. ‘Redactie RTL Boulevard? Wat hadden die nou met politiegeweld?’
     ‘Fleur, ik ga me niet heel casuïstisch uitspreken over een enkele agent die een Marokkaan zou hebben gemolesteerd,’ concludeerde ik.
     ‘Fleur, ik moet verder, Martin Bosma staat hier voor de deur. Over morgenavond bij Pauw. We bellen straks nog wel. Is goed.. Later.’
     Rode telefoontje.
     Eenenzestig appjes. Veertien gemiste oproepen.
     Telefoon maar even op stil.
     Ik opende de deur van mijn werkkamer met een weids gebaar. Ik had echt zin in vanavond.
     ‘Martin. Zeg het eens. Ga zitten,’ zei ik enthousiast. ‘Hou het wel kort. Ik moet over drie kwartier in De Kamer zijn, en ik moet nog inlezen.’
     ‘Het nijpende tekort aan politiemensen in Brabant is je angle,’ begon Martin.
     Honderddrieënveertig berichten. Veertig gemiste oproepen.
     Nou schrok ik toch.
     ‘Moet mijn telefoon nou iedere keer ontploffen als er iets met Marokkanen aan de hand is in dit land?’ zei ik nog grappend.
     Ik opende verontschuldigend mijn Whatsapp. Eerst die van Krisztina.
     SEGGFEJ!!!! Die stagiaire?? zag ik staan. Ik werd warm en koud tegelijk. Duizelig. Misselijk.
     ‘Martin.. kun je me even..’
     ‘Ja natuurlijk.’ Hij zag meteen dat het menens was, liep mijn kamer uit en deed de deur extra zachtjes achter zich dicht.
     Mijn mond was kurkdroog. Ik deed mijn stropdas los en herlas de app van nu al zeker mijn ex-vrouw.
      Na ALLES wat ik voor jouw hebt opgegeven?? Jarenlange onderduiken? Bewakingen?? FATTYÚ!!!!!!!!
      Ook Twitter was ontploft. Koortsachtig. Mariekegate. Stagiair Pleegt Karaktermoord. Operatie Verwijdering Geslaagd. Met foto’s van ons samen. 
      Ik heropen je laatste appje.
      Je ‘SORRY.’ brandt in mijn ogen.
      Dus toch voor mij.
      Dit is veel pijnlijker, veel dodelijker dan een kogel.
      Met voorbedachte rade vermoord door mijn liefste Hollandse Marieke Dijkgraaf.

Waaivast

Opeens was ik daar. Geen idee hoe ik er was gekomen, geen idee waar vandaan. En toch vond ik het volkomen normaal dat ik er was. Ik wist namelijk meteen precies waar ik was, en ongeveer precies waar ik heenging. Hoogstwaarschijnlijk naar huis.

Aan de storm, de regen, en de temperatuur te merken was het november. En aan het ontbreken van daglicht, avond of nacht. Het voelde aan als vroeg in de nacht, een uur of een, half twee.

Ik rende. Ik rende op het randje, half in de berm van de Oostumerweg, een B-weg die haaks op het van Starkenborghkanaal uitkomt. Van het terpdorp Oostum naar het voormalige Drentse esdorp Groningen.

Gezien het tijdstip en het hondenweer was het er erg druk. Ondanks mijn ontbreken van verbazing zou je mij er toch niet verwachten. Je zou er niemand verwachten. Echter.

Wim de Bie in een van zijn vrouwelijke rollen rende naast me. We praatten wat, we lachten veel. Ondanks de weersomstandigheden was het er gek genoeg aangenaam. Er was pianomuziek. Thomas van Luyn van ‘De Mike & Thomas Show’ vloog op zijn onzichtbare vleugel achter ons aan. Thomas zelf zagen we ook niet, maar we herkenden hem aan zijn stemmetjes, zijn typetjes. Hij startte met Sesamstraat – Wim en ik moesten beiden al rennend gniffelen. En via de one hit wonder ‘Onderweg’ van Abel – u weet wel van die clip met de lipdub van de zus van Katja – kwam Thomas uiteindelijk bij Maarten van Rossem uit. U weet wel, de wat hoekige ongeschoren Amerikadeskundige.

Ik kon in eerste instantie maar niet op de naam van Abel komen. Toch moesten we smakelijk lachen om het overdreven Brabantse accent dat werd opgezet.
“Abel!” zei Wim na een paar minuten stilte opeens. “Maar ik heb geen idee hoe dat zusje van Katja heet. Zij speelt de hoofdrol in zijn clip, weet je nog?”
“Ja. Ik – ook echt geen idee hoe ze heet,” lachte ik kuchend en wat buiten adem verder.

Thomas zette het Brabants nog wat zwaarder aan, en verhoogde de toch al hoge stem van Abel. Hij voegde er nog iets theatraal nichterigs aan toe, en daar betrad Marc-Marie Huijbregts het toneel. Wim en ik hádden het niet meer.. Ons hardlopen begon meer en meer op strompelen te lijken.
“Thomas, hou óp met ons!” riep Wim, terwijl hij mij proestend op mijn schouder sloeg.

Maar Thomas gooide zijn stem twee octaven naar beneden, halveerde zijn spreeksnelheid, en zei nasaal, lijzig: “Ik ben een heel optimistisch mens ondanks alle prutsers om me heen.”

Ook de naam van Maarten van Rossem hadden we niet meteen te pakken.

“Gut, is dat niet die morsige Amerikadeskundige!” riep Wim, “die wááivast met zijn TV-programma ‘Het Boek’!”

Wim zei dit op zo’n Juffrouw-Mier-manier dat alleen dat al grappig was. Hij bleef verbazend goed maar steeds in zijn rol.

“Wááivast, Wim? Wat is dat? Daar heb ik werkelijk nog nooit van gehoord.”

“Geen idee, ik denk dat het Afrikaans is. Mijn Zuid-Afrikaanse oma noemde dikke mensen altijd waaivast. Mensen die niet omwaaien. Ook niet in een orkaan.”

Opeens had Thomas er blijkbaar genoeg van. Want zijn onzichtbare vleugel snelde langs ons heen, verder de storm en de nacht in. In het voorbijgaan werd ik flink in de flank geraakt, en viel hard voorover de berm in. Als Wim me niet heel snel aan mijn arm had vastgegrepen was ik zomaar het kanaal ingeschoven.

Daar lag ik dan, van de schik bekomend, op mijn rug, in de walkant van het van Starkenborghkanaal. Mijn gekneusde ledematen in gedachten nagaand. Midden in de nacht, met werkelijk stro-men-de regen in mijn gezicht. Maar nu echt slap van het lachen. Wim kwam naast me liggen. We konden ons niet herinneren wanneer we voor het laatst zó hadden gelachen.

“Van Rossem!” schaterde hij het opeens uit, “Maarten van Rossem! Van Rossem de waaivast! Hahahaha…”

Terwijl het geluid van Wim’s gelach in de verte wegstierf, werd ik wakker van mijn eigen gedroomde gegrinnik.

“Dus toch op weg naar huis,” was mijn eerste gedachte, “met een nieuw woord in mijn hoofd.”

“..naar huis,” fluister ik iets te hardop.

“Huh, wat,” zei je met dubbele tong van het wakker worden.

“Niets bijzonders, ik praat wat in mezelf. Laat maar.. Sorry. Goedemorgen..”

“Goedemorgen.” Je rekte je uit.

“Zeg, hoe heet het zusje van Katja Schuurman ook alweer..?”

“Het zusje van Katja? Hoezo? Birgit. Hoezo?!” keek je me wat geërgerd vragend aan.
“Ah, leuke droom gehad zeker..?” vervolgde je, terwijl je je op je ellebogen uit je kussen oprichtte.

“Dat kun je wel zeggen,” zei ik als een waar waaivast, met een grote glimlach.

Laat nu de storm maar komen..

 

Revalideren kun je leren

“Revalideren kun je leren.” Een op het eerste gezicht vrij platte, niet heel veelzeggende, slogan. Want natuurlijk kan dat. Net als je – schijnbaar zolang het werkwoord maar op “-eren” eindigt – van alles wel kan leren.

Echter. Veel meer dan in geval van bijvoorbeeld programmeren, manipuleren, en voor mijn part schaapscheren, vallen bij revalideren subject en object samen. Het te bestuderen object is hetzelfde als het kennend en onderzoekend subject. Laat staan dat het een het ander ook nog eens actief dient te beïnvloeden! Een waar gruwel voor de objectieve wetenschap…:) (https://nl.wikipedia.org/wiki/Subject-objectscheiding)

“Revalideren is jezelf (beter, opnieuw) leren kennen,” zou daarom een meer accurate – toegegeven iets minder pakkende – slagzin zijn. Of: “Jezelf kun je leren”. Het is wat krom geformuleerd, maar hier draait het bij revalidatie wel allemaal om: Jezelf leren kennen. Wat je dan weer zelf moet willen en moet doen. Misschien is het zelfs een beetje jezelf herontdekken, heruitvinden. Ik heb er in ieder geval met regelmaat iemand iets als “Ik wist niet dat ik dat nog kon!” horen uitroepen.

Leren waar je (nieuwe) grenzen liggen. Leren wat je nog kan, en helaas, maar minstens zo belangrijk, wat je vanaf nu níet meer kan. Vaardigheden aanleren, vaak van die alledaagse, die je voorheen zonder er bij na te denken gewoon kon. Gewoontes afleren, omdat je daarmee nou eenmaal een grotere kans maakt op nog zo gezond mogelijk oud(er) worden. Zelfvertrouwen herwinnen. (Zelf-vertrouwen – als dat geen samenvallen van object en subject is…) Onzekerheid en angsten hanteerbaar maken. En trainen. Vele weken achtereen afzien. Om na de revalidatie zo sterk mogelijk zelfstandig weer verder te kunnen.

Zelf-standig. De meeste van mijn collega-patiënten die in rolstoel of scootmobiel zijn beland zien er de galgenhumor wel van in. Want revalideren is vooral ook lachen. (#nts “Revalideren is lachen”, “Een dag niet gelachen is een dag niet gerevalideerd.”) Ik heb het nu zelf meegemaakt, en waar ik al vaak van gehoord had, maar wat ik nooit echt helemaal vertrouwde: We zaten er allemaal zeker niet voor onze lol, toch hebben we erg veel gelachen. Gehuild ook. Zeker. Maar toch veel meer gelachen. Met recht therapeutisch te noemen. En wat mij betreft wezenlijk onderdeel van het behandelprogramma, humor.

“Revalideren doe je (dus, red.) niet alleen”. Je bent ieder op je eigen manier aangedaan, maar er staat je allemaal iets vergelijkbaars te wachten. Dan weer heeft de een het even extra zwaar, de volgende dag de ander. En wanneer je het even helemaal niet meer ziet zitten – er is vroeg of later bij bijkans iedereen een fikse terugslag – word je er door je lotgenoten doorheen getrokken. De ene hartpatiënt zei op zo’n moment letterlijk tegen de andere dat ze de ander als voorbeeld zag. Zeer indrukwekkend vond ik dat.
We hebben allemaal wel een keer huilend op de hometrainer gezeten. Benauwd, ongerust, buiten adem, kapot, met pijn, verdriet, uit onmacht, te veel te lijden. Verder fietsen lukt dan bijna alleen dankzij de zorg van je mede-lijders.

En dan het begeleidende team! Wat een mooie groep (groep mooie? :)) liefdevolle mensen. Ongekend. Indrukwekkend. Als nieuwbakken – in mijn geval – hartpatiënt is een veilige omgeving van levensbelang. Een vertrouwde omgeving waarin je in al je kwetsbaarheid en onzekerheid van dat moment, die periode, toch kans ziet (de kans krijgt) om jezelf te herpakken. Dat lukt alleen maar met de vakkundige en gedreven begeleiding van arts, verpleegkundig specialist, fysiotherapeuten, psychologe, maatschappelijk werkster, diëtisten (in mijn geval natuurlijk niet echt nodig..;)), en case managers.
En als ze dan tegen het einde van het programma ook nog tegen me zeggen dat ik trots op mezelf mag zijn… Dan kom ik even niet meer uit mijn woorden. En bedwing ik met veel moeite mijn tranen, want hierna fietstraining.

Ik ben heel erg dankbaar dat ik al die mooie mensen voor even een klein beetje heb mogen kennen. Dankzij hen ben ik nu letterlijk – maar ik denk ook zeker figuurlijk – een beter mens.

#####

Ik lig op mijn rug in het tot tweeëndertig graden verwarmde revalidatiebad. Ogen gericht op het toch meestal wat eigenaardige zwembadplafond. Een beetje dezelfde verwondering als vroeger bij zwemles. Een beetje dat magische.
Onze trainster groepeerde ons zojuist in tweetallen, met voor ieder stel twee van die schuimrubberen drijvers. Eén voor onder de knieën en één voor onder het hoofd. Het is na de watergymnastiek tijd voor ontspanning. Na werken dient men te rusten is de les.

Ik word dus aan een van de drijvers door mijn partner op mijn rug door het bad voortgetrokken. Oeh, denk ik, in deze houding toch nog behoorlijk wat pijn aan mijn borstkast van de reanimatie. En opeens is daar het besef. Het had echt he-le-maal niks gescheeld of ik was er nu helemaal niet meer geweest. Dat ik dit nog mag meemaken. Is een groot wonder. Een groot geluk. Zoute tranen vullen het badwater aan.

“Gelukkig zien ze me in het zwembad niet huilen,” is dan zo’n gedachte.
“Zit er meer chloor in het water deze week?” probeer ik nog.
Maar vergezeld van een ferme tik op mijn schouder is een “ach hou toch op te janken man..!” mijn deel.

Gulle lachsalvo’s volgen.

#####

“Jezelf kun je leren maar alleen van liefdevolle mensen.”

On Fermi and c

If the speed of anything is indeed limited to c, and if indeed a Star Trek like sub space (faster than light) communication is impossible – wouldn’t it then be impossible for a species to maintain some sort of internal (hierarchical / cohesive) organisational structure – in case the species is dispersed across multiple planets, at least when the distance between the different planets surpasses a certain threshold?

In the first place, and especially when everything is indeed bound to c: Undertaking interplanetary let alone interstellar population – especially of entire species is an ultimately expensive undertaking – one that a species ultimately will only undertake when all resources on the mother planet are depleted, or due to some other form of disaster. A species only does this when it has no other option – after options of getting alternative resources to the mother planet have been depleted. Anything rather than having to ship part of your population to another planet – let alone your entire species (if at all possible) – let alone to another star (if at all plausible).

I’d imagine that a ‘mother planet’ will sooner rather than later lose its influence over a ‘child planet’:
– a child planet will need to sort out her problems on her own – without the help of a mother planet multiple light years away
– a mutually beneficial relationship doesn’t seem to be logical once a certain threshold in distance has been surpassed
– this goes for information / communication (for government and for guidance) let alone goods or auxiliaries

Only an – in development, equipment, resources, and or status – very unequal relationship might last. Especially when a child planet is dependent on its mother for some or other vital resource.

Mothers and children will sooner rather than later breach – violently or peacefully – at least maintaining some sort of federal order and regime seems unmaintainable. Not for thousands, not for hundred thousands, let alone Myrs or Gyrs. Eras one would imagine to need to build hyper stellar infrastructures.

Thus advanced species are bound to be bound to solitary planets (or a group close to each other).
– And have nor the ability nor the urge – ultimately – to rule large quadrants of the universe – or let themselves be at all known to possible others – only through Very energy expensive infrastructures. All they would benefit from this would be knowing that they’re not alone, but at what cost and what risk.
Individual advanced species on their solitary (groups of) planets have nothing other to gain and will therefore ultimately not undertake this all too expensive endeavour. Ultimately there’s nothing other to gain but risk.

So: The universe might be oozing with intelligent life but due to c all presence remains local – bound to individual (groups) of planets, and due to this inability to build and Maintain interplanetary / interstellar infrastructures and or federations – no infrastructure or species can / will become large and or developed enough to have themselves known to others, to us. And for a local, developed species on its solitary planet there’s nothing to gain, only to risk by having themselves known throughout.

I’m not saying that spatiotemporal limitations aren’t diminished, and that interstellar travel won’t be practically doable in the foreseeable future (and that many other species before us have had the technical ability) – I’m saying that it’s impossible to build and maintain an interplanetary / interstellar federal structure due to c. And that this is ultimately the reason of the cosmic silence.

Featured image: http://www.patreon.com – Recurring Funding For Creators.

Let Alone The Water

“Until the sky turns green
and the the grass is
several shades of blue”1

Let alone the water
that is both colors
in every shade

The divine stilled waters
Art still no man
has ever made

Its promise of peace found
eternity
will never fade

Oh, Almighty
help us all
appreciate.

1 From: The Stone Roses – (Song For My) Sugar Spun Sister

Kantelpunt

Achteraf realiseerde ik het me pas. Vandaag is er best iets bijzonders gebeurd.

Als onderdeel van de talkshow Stand van Stad werd vandaag De Groninger Persprijs uitgereikt. Ik werd halverwege de show geïnterviewd ter introductie van het journalistieke deel van het programma.

Het interview ging over Crowdynews, het social media curation bedrijf dat mijn compagnon Jeroen Zanen (@jzanen) en ik zo’n vijf geleden zijn gestart. Met behulp van Crowdynews kunnen uitgevers uit de brij van honderden miljoenen sociale media posts de enkele voor hen relevante berichten filteren. Met onze selectie kunnen krantenartikelen worden geïllustreerd met van sociale media afkomstige ooggetuigenverslagen, foto’s, filmpjes, en publieke opinie. Onze technologie draagt bij aan een rijkere lezerservaring.

Tijdens de vertoning van een korte reportage werd ik verzocht het podium op te gaan. Ik bekeek het eind van het verslag in het donker vanachter de desk. Er werd geapplaudisseerd voor het filmpje, en de spotlight ging aan. De talkshowhost (@BramDouwes) introduceerde me, ik hoorde mijn naam, mijn rol, en de naam van ons bedrijf. En toen gebeurde het. De gastheer typeerde Crowdynews als het meest belangrijke mediabedrijf van Groningen! Ik probeerde nog een grap te maken, dat ik dat wel een beetje een spannende beschrijving vond – in een zaal vol journalisten, zo in het hol van De Persprijs. Maar de presentator wilde er niets van weten, en ook het journaille liet me heel. Zelfs genomineerde @rosatimmer (DvhN) op de eerste rij met naast haar haar @remyvanmannekes (RTVN) onthielden zich van protest.
Een luchtige act van zijn gespeelde interesse en mijn wat hoekige uitleg volgde.

Ik moest tijdens het interview nog even scherp zijn, daarom klonken de woorden na het interview pas echt door – Het meest belangrijke mediabedrijf van Groningen. “Meest belangrijke, nou ja, laat zeggen in één adem met NDC en RTVN,” dacht ik dan.

Natuurlijk, er werken onderhand wereldwijd zo’n zeventig mensen bij Crowdynews uit meer dan een dozijn windstreken. Honderden kranten in meer dan vijfentwintig talen over de hele wereld zijn onze klant. Iedere dag zien tientallen miljoenen mensen de berichten van Crowdynews, en we tellen zo’n honderdvijftig miljoen unieke bezoekers per maand. Werkdagen beginnen heel vroeg vanwege Azië, en eindigen laat vanwege de westkust van de Verenigde Staten. We hebben kantoren in Groningen, Boston, Sao Paulo, en Singapore. Jeroen zit ‘as we speak’ in het vliegtuig naar Las Vegas voor een conferentie. Maar dat zijn allemaal zaken die we gaandeweg normaal zijn gaan vinden.

En eigenlijk zou ik wat er vandaag gebeurde ook normaal moeten vinden, want dat is nou precies wat we wilden: Dat de journalistiek sociale media zou omarmen, dat ze ze zouden gaan inzetten ter versterking en verrijking. Eigenlijk moest ik het normaal vinden dat voorafgaand aan de uitreiking van een persprijs Crowdynews het podium krijgt. Maar als je er even bij stilstaat is dat helemaal niet normaal. Een honderdvijftigjaar oude industrie die aan het kantelen is, is (gelukkig maar) niet aan de orde van de dag.

Aan het eind van het interview werd ik gevraagd of ik nou journalist of eigenlijk meer wiskundige was.

Louis, Rosa, en Saskia maken met hun verhalen het echte verschil, ze zetten aan tot denken, tot maatschappelijk debat, of zelfs aangepaste wetgeving – of het nu om gasbevingen, seksuele intimidatie, of de Veenkoloniën gaat.

Als wij met Crowdynews hun werk makkelijker, of zelfs mede mogelijk maken, dan hebben we het goed gedaan. Als je er even bij stilstaat is het best iets heel bijzonders.

Zo’n kantelpunt.

 

Het interview: https://youtu.be/zWrztHsdW0g?t=29m33s